ECLI:NL:RVS:2021:448
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing urgentieverklaring sociale huurwoning ondanks schrijnende persoonlijke omstandigheden
Appellante verloor in 2005 haar sociale huurwoning en raakte na diverse tegenslagen, waaronder een ziekenhuisopname en werkloosheid, in 2015 dakloos. Zij verbleef sindsdien in opvanginstellingen en was ingeschreven bij WoningNet sinds 2008. Het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam wees haar aanvraag voor een urgentieverklaring af omdat zij niet voldeed aan de urgentiecategorieën van de Huisvestingsverordening Amsterdam 2016.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond en de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State bevestigt dit oordeel. Appellante stelde dat het college onvoldoende rekening had gehouden met haar psychosociale problematiek, maar dit was niet aannemelijk gemaakt met stukken. Ook de toepassing van de hardheidsclausule werd verworpen omdat haar situatie niet zodanig schrijnend of uitzonderlijk was dat een urgentieverklaring gerechtvaardigd zou zijn.
Verder voerde appellante aan dat het college op grond van internationale verdragen verplicht was haar huisvesting te bieden. De Raad van State oordeelde dat deze verdragsbepalingen niet rechtstreeks toetsbaar zijn en dat er geen bijzondere omstandigheden waren die een afwijking van het besluit rechtvaardigen.
Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank Amsterdam bevestigd. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de afwijzing van de urgentieverklaring bevestigd.