ECLI:NL:RVS:2021:458
Raad van State
- Hoger beroep
- H. Troostwijk
- G.M.H. Hoogvliet
- H.J.M. Baldinger
- Rechtspraak.nl
Bevestiging boete wegens illegale tewerkstelling zonder vergunning
De staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid legde appellant een boete van €6.000 op wegens overtreding van artikel 2, eerste lid, van de Wet arbeid vreemdelingen. De overtreding betrof het laten verrichten van afwaswerkzaamheden door twee vreemdelingen zonder de vereiste gecombineerde vergunning voor verblijf en arbeid, terwijl appellant ook niet beschikte over een tewerkstellingsvergunning.
Appellant betwist de overtreding niet, maar stelde dat een waarschuwing volstond en dat de boete verder gematigd had moeten worden wegens verminderde verwijtbaarheid, geringe ernst en duur van de overtreding, en zijn financiële situatie. De rechtbank wees deze argumenten af en matigde de boete slechts met 25% vanwege correcte loonbetaling en administratie.
De Raad van State onderschrijft het oordeel van de rechtbank dat een waarschuwing niet passend is omdat appellant niet voldeed aan de Beleidsregel boeteoplegging Wav 2017. Eveneens is geen aanleiding voor verdere matiging, omdat appellant geen onderzoek heeft verricht naar de vergunningen, de overtreding meerdere maanden duurde en hij de situatie niet voortijdig heeft beëindigd. De financiële situatie van appellant is onvoldoende onderbouwd om matiging te rechtvaardigen.
De Afdeling bestuursrechtspraak verklaart het hoger beroep ongegrond en bevestigt de uitspraak van de rechtbank. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de boete van €6.000 wegens illegale tewerkstelling zonder vergunning en wijst verdere matiging af.