ECLI:NL:RVS:2021:512
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.E.M. Polak
- F.C.M.A. Michiels
- A. Kuijer
- Rechtspraak.nl
Ongegrondverklaring beroep tegen instemming minister met geactualiseerd opslagplan gasveld Norg
De zaak betreft het instemmingsbesluit van 10 september 2019 van de minister van Economische Zaken en Klimaat met het geactualiseerde opslagplan van de Nederlandse Aardolie Maatschappij (NAM) voor de gasopslag in het gasveld Norg. Appellanten, bewoners van de gemeente Noordenveld, maakten bezwaar tegen de uitbreiding van het maximale werkvolume tot 6 miljard Nm3 en de verruiming van het drukbereik in compartiment 2, uit vrees voor aardbevingen en schade aan woningen.
De Raad van State oordeelt dat de minister de belangen zorgvuldig heeft afgewogen en zich terecht baseerde op adviezen van het Staatstoezicht op de Mijnen en de Technische commissie bodembeweging. De seismische risico's zijn volgens deze adviezen aanvaardbaar mits voorschriften worden nageleefd, zoals beperkingen op de druk en het vullen en legen van het veld. Ook de bodemdaling en jaarlijkse fluctuaties zijn beperkt en vormen geen reden tot weigering.
Verder is vastgesteld dat de NAM aansprakelijk is voor eventuele schade en dat er adequate wettelijke schadevergoedingsregelingen bestaan. Andere bezwaren, zoals geluidhinder en risico op gaslekkage, zijn onvoldoende onderbouwd of behoren tot andere vergunningprocedures. De Raad concludeert dat de minister in redelijkheid met het opslagplan heeft ingestemd en verklaart de beroepen ongegrond.
Uitkomst: De beroepen tegen het instemmingsbesluit van de minister inzake het opslagplan gasveld Norg worden ongegrond verklaard.