ECLI:NL:RBDHA:2022:11966
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen instemming met verhoging reservoirdruk gasopslag Bergermeer
De zaak betreft het besluit van de minister van Economische Zaken en Klimaat (EZK) om in te stemmen met een wijziging van het opslagplan Bergermeer, waarbij de gemiddelde reservoirdruk in de gasopslag wordt verhoogd van 133 bar(a) naar maximaal 150 bar(a). Het college van burgemeester en wethouders van Bergen heeft hiertegen beroep ingesteld bij de rechtbank Den Haag.
De rechtbank toetst of het besluit voldoet aan de wettelijke beoordelingscriteria uit de Mijnbouwwet, waaronder het ontbreken van nadelige gevolgen voor milieu, natuur en veiligheid. Diverse adviezen van het Staatstoezicht op de Mijnen (SodM), TNO, de Technische commissie bodembeweging (Tcbb) en andere instanties zijn meegenomen. De rechtbank concludeert dat de minister voldoende heeft gemotiveerd dat de verhoging binnen de veilige marges blijft en geen nadelige gevolgen veroorzaakt.
De bezwaren van eiser over onder meer nut en noodzaak, stikstofdepositie, bodemtrillingen en laagfrequent geluid worden door de rechtbank verworpen. Het beroep wordt ongegrond verklaard, het bestreden besluit blijft in stand en eiser krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit tot verhoging van de reservoirdruk in de gasopslag Bergermeer wordt ongegrond verklaard.