ECLI:NL:RVS:2021:519
Raad van State
- Hoger beroep
- F.D. van Heijningen
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke toetsing omgevingsvergunning uitbreiding gemeentelijk monument te Baarn
Het college van burgemeester en wethouders van Baarn verleende op 21 februari 2019 een omgevingsvergunning voor de uitbreiding van een woning die is aangewezen als gemeentelijk monument. De woning is een van twee-onder-een-kapwoningen uit 1933, die in 1992 als gemeentelijk monument zijn aangewezen. De aanvragers wilden de achterzijde van de woning uitbreiden om meer lichtinval te verkrijgen.
Appellant, eigenaar van de naastgelegen woning, maakte bezwaar tegen de vergunningverlening en voerde aan dat de uitbouw in strijd was met redelijke eisen van welstand en dat de monumentale waarden onevenredig zouden worden aangetast. Het college handhaafde het besluit en verleende tevens vergunning voor de wijziging van het monument. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, waarna appellant hoger beroep instelde bij de Raad van State.
De Raad van State overwoog dat het college zich op grond van meerdere positieve adviezen van de commissie MooiSticht redelijkerwijs op het standpunt kon stellen dat de uitbouw voldoet aan de redelijke eisen van welstand en dat de monumentale waarden niet onevenredig worden aangetast. De Raad verwierp de kritiek op de zorgvuldigheid en inhoud van het advies en het belang van appellant werd bevestigd ondanks de verkoop van zijn woning onder voorbehoud.
De Afdeling bestuursrechtspraak concludeerde dat het college de vergunning terecht heeft verleend en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Er was geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de vergunningverlening voor de uitbreiding van het gemeentelijk monument en verklaart het hoger beroep ongegrond.