ECLI:NL:RVS:2021:527
Raad van State
- Hoger beroep
- J.J. van Eck
- J.Th. Drop
- A. Kuijer
- Rechtspraak.nl
Vernietiging boetebesluit wegens overschrijding redelijke termijn in arbeid vreemdelingenzaak
De staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid legde de vennootschap een boete van €48.000 op wegens het tewerkstellen van vier Georgische vreemdelingen zonder vergunning. Na bezwaar werd de boete verlaagd naar €32.000. De rechtbank verklaarde het beroep van de vennootschap ongegrond, waarna hoger beroep werd ingesteld bij de Raad van State.
Inspecteurs en het Haags Economisch Interventieteam constateerden op 30 november 2017 en 25 januari 2018 dat de vreemdelingen reparatiewerkzaamheden verrichtten bij de vennootschap zonder de vereiste vergunningen. De vennootschap voerde aan dat de controles niet zorgvuldig waren en dat de vreemdelingen niet voor haar, maar voor een andere onderneming werkten. Deze bezwaren werden verworpen omdat de verklaringen van de vreemdelingen, de waarnemingen van de inspecteurs en het boeterapport dit tegenspraken.
De Raad van State oordeelde dat de boete terecht was opgelegd, maar matigde deze met 5% tot €30.400 vanwege overschrijding van de redelijke termijn zoals bedoeld in het EVRM. De uitspraak van de rechtbank werd vernietigd en het hoger beroep gegrond verklaard. Tevens werd de Staat veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: De Raad van State vernietigt het boetebesluit en stelt de boete vast op €30.400 wegens overschrijding van de redelijke termijn.