ECLI:NL:RVS:2021:580
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit schadevergoeding en toekenning proceskosten na Tracébesluit A1
Appellanten zijn eigenaar van een woning nabij de A1 te Muiderberg en vorderden schadevergoeding wegens tijdelijke overlast door werkzaamheden en aanleg van een spoorbrug in het kader van het Tracébesluit Schiphol-Amsterdam-Almere. De minister kende aanvankelijk een schadevergoeding toe, maar stelde deze later bij. Appellanten maakten bezwaar tegen de hoogte van de vergoeding en stelden dat de schade niet voor de helft onder het normale maatschappelijke risico viel.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het bezwaar tegen het besluit van 27 maart 2019 gegrond is omdat het besluit onterecht uitgaat van een gedeeltelijke toerekening van de schade aan het normale maatschappelijke risico. Dit besluit wordt vernietigd. Het beroep tegen het latere besluit van 30 november 2020 is ongegrond omdat appellanten geen bezwaar daartegen hebben gemaakt.
Verder is de minister veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten voor zowel bezwaar als beroep, inclusief het griffierecht. De Afdeling wijst af van een hogere vergoeding dan de forfaitaire regeling omdat geen bijzondere omstandigheden zijn aangetoond die een afwijking rechtvaardigen.
De uitspraak bevestigt het belang van een correcte beoordeling van het normale maatschappelijke risico bij schadevergoeding na bestuursbesluiten en benadrukt de toepassing van vaste proceskostenvergoedingen in bestuursrechtelijke procedures.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit van 27 maart 2019 wordt gegrond verklaard en vernietigd, het beroep tegen het besluit van 30 november 2020 ongegrond, en de minister wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.