ECLI:NL:RVS:2021:589
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- P.B.M.J. van der Beek-Gillessen
- N. Verheij
- J.M.L. Niederer
- Rechtspraak.nl
Vergunningverlening voor aanvullende voorzieningen bij energielaadpunt op verzorgingsplaats Velder
Fastned B.V. vroeg een vergunning voor het uitbreiden van een energielaadpunt met aanvullende voorzieningen op de verzorgingsplaats Velder aan de rijksweg A2. De minister weigerde aanvankelijk de vergunning, maar verleende deze uiteindelijk bij een besluit op bezwaar in 2019. De Vereniging Particuliere Rijkswegvergunningen van Tankstations (VPR) stelde beroep in tegen dit besluit.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat Fastned belanghebbende is bij de vergunningverlening, ook al zijn de gronden eigendom van de Staat en is privaatrechtelijke toestemming nog niet verleend. De minister mocht de civielrechtelijke procedure over die toestemming betrekken bij de beoordeling van belanghebbendheid.
VPR voerde verder aan dat de vergunning in strijd zou zijn met het bestemmingsplan en dat het gebruik van de verzorgingsplaats niet doelmatig en veilig zou zijn. De Afdeling stelde vast dat de vergunning alleen onder de Wet beheer rijkswaterstaatswerken wordt getoetst, waarbij het bestemmingsplan niet relevant is. De minister mocht zich baseren op het rapport van Arcadis dat de verkeersveiligheid en doelmatigheid voldoende waarborgt, ondanks verschillen met het rapport van Prana Consult.
De Afdeling vond dat de minister terecht geen voorschriften aan de vergunning verbond voor maatregelen die buiten Fastneds invloed liggen, zoals snelheidsverlaging en voetgangersoversteekplaatsen, maar dat de minister had verzekerd dat deze maatregelen worden getroffen. De looptijd van de vergunning bleef gelijk aan de oorspronkelijke vergunning uit 2014. Het beroep van VPR werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van VPR tegen de vergunningverlening aan Fastned voor aanvullende voorzieningen bij het energielaadpunt is ongegrond verklaard.