ECLI:NL:RVS:2021:593
Raad van State
- Hoger beroep
- S.F.M. Wortmann
- E. Steendijk
- W. den Ouden
- Rechtspraak.nl
Intrekking exploitatie- en Drank- en Horecawetvergunning wegens ernstig gevaar op strafbare feiten
De burgemeester van Rotterdam trok op 14 september 2017 de exploitatie- en Drank- en Horecawetvergunning van een café in, omdat uit een advies van het Landelijk Bureau Bibob bleek dat er een ernstig gevaar bestond dat de vergunning mede zou worden gebruikt voor strafbare feiten. Dit gevaar was gebaseerd op een zakelijk samenwerkingsverband tussen de vergunninghouder en twee personen met antecedenten op het gebied van de Opiumwet en geweldsdelicten.
De rechtbank Rotterdam oordeelde aanvankelijk dat het samenwerkingsverband niet meer bestond en vernietigde het besluit, maar handhaafde de rechtsgevolgen. De burgemeester motiveerde aanvullend dat het verband nog bestond vanwege financiële betrokkenheid en zeggenschap, wat door de rechtbank werd verworpen. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State stelde echter vast dat het samenwerkingsverband bestond en dat de vergunninghouder onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat dit was verbroken.
De Afdeling concludeerde dat het ernstig gevaar op strafbare feiten terecht was vastgesteld en dat de burgemeester bevoegd was de vergunningen in te trekken. De eerdere uitspraken van de rechtbank werden vernietigd en het beroep van de vergunninghouder ongegrond verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De intrekking van de exploitatie- en DHW-vergunning wordt bevestigd wegens het bestaan van een zakelijk samenwerkingsverband met personen met strafrechtelijke antecedenten en het daarmee samenhangende ernstig gevaar op strafbare feiten.