ECLI:NL:RVS:2021:595
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Sevenster
- H. Troostwijk
- D.A. Verburg
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen niet-ontvankelijkheid verblijfsvergunning asiel na tweede aanvraag wegens geloofsbekering
De vreemdeling uit Iran had een tweede asielaanvraag ingediend op basis van zijn bekering tot het christendom, nadat zijn eerste aanvraag was afgewezen wegens ongeloofwaardigheid van zijn verklaringen over die bekering. De rechtbank verklaarde het beroep tegen de niet-ontvankelijkheid van deze tweede aanvraag ongegrond, omdat de vreemdeling onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat zijn geloofsbekering anders was dan in de eerste procedure.
In hoger beroep stelde de vreemdeling dat de rechtbank ten onrechte van hem eiste afstand te nemen van eerdere verklaringen, terwijl hij juist oprecht was over zijn geloof. De Afdeling oordeelde dat de rechtbank dit onterecht had overwogen en vernietigde het vonnis. Vervolgens beoordeelde de Afdeling zelf het beroep en concludeerde dat de vreemdeling met zijn nieuwe verklaringen en bewijs onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat zijn bekering geloofwaardig was.
De Afdeling verklaarde het beroep ongegrond en veroordeelde de staatssecretaris tot vergoeding van de proceskosten. Hiermee blijft de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd afgewezen wegens onvoldoende geloofwaardigheid van de bekering.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de aanvraag verblijfsvergunning asiel blijft afgewezen wegens onvoldoende geloofwaardigheid van de bekering.