ECLI:NL:RVS:2021:631
Raad van State
- Hoger beroep
- C.H.M. van Altena
- C.M. Wissels
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Sluiting bedrijfspand burgemeester Amsterdam onrechtmatig wegens onbepaalde duur
De burgemeester van Amsterdam sloot op 15 augustus 2018 met onmiddellijke ingang en voor onbepaalde tijd een bedrijfspand na een ernstig incident waarbij met een automatisch vuurwapen op het pand werd geschoten en een handgranaat werd aangetroffen.
De rechtbank Amsterdam oordeelde dat de burgemeester bevoegd was tot sluiting, maar dat de onbepaalde duur van het sluitingsbevel niet evenredig was en vernietigde het besluit, waarbij tevens een schadevergoeding van € 25.000 werd toegekend.
De burgemeester ging in hoger beroep en stelde dat sluiting voor onbepaalde tijd niet onevenredig was en dat de rechtbank ten onrechte schadevergoeding had toegekend.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State bevestigde dat de burgemeester bevoegd was tot sluiting op grond van artikel 172, derde lid, van de Gemeentewet, maar oordeelde dat het bevel een einddatum moet bevatten vanwege het evenredigheidsbeginsel. De onbepaalde sluiting was daarom onrechtmatig.
De uitspraak van de rechtbank werd vernietigd voor zover het besluit werd herroepen en schadevergoeding werd toegekend. De burgemeester moet een nieuw besluit nemen met inachtneming van de uitspraak, waarbij direct hoger beroep mogelijk is.
Uitkomst: De sluiting van het bedrijfspand voor onbepaalde tijd is onrechtmatig; het besluit wordt herroepen en schadevergoeding vernietigd.