ECLI:NL:RVS:2024:2993
Raad van State
- Hoger beroep
- C.H.M. van Altena
- J. Schipper-Spanninga
- A.B. Blomberg
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit burgemeester over sluiting bedrijfspand wegens geweldsincident
Appellant was eigenaar van een bedrijfspand in Amsterdam waar op 14 augustus 2018 met een automatisch vuurwapen werd geschoten en een handgranaat werd aangetroffen. De burgemeester sloot het pand op grond van artikel 172, derde lid, van de Gemeentewet voor onbepaalde tijd. Na bezwaar en eerdere uitspraak moest de burgemeester een nieuw besluit nemen met een termijn. Op 22 maart 2022 handhaafde de burgemeester de sluiting voor zes maanden, maar motiveerde dit onvoldoende en liet onduidelijkheid over antecedenten en vergelijkbare gevallen.
De Afdeling oordeelt dat het besluit niet deugdelijk is gemotiveerd, de sluitingstermijn van zes maanden niet proportioneel is en dat de burgemeester het eerdere besluit niet had mogen handhaven zonder herroeping. De bevoegdheid van de burgemeester onder artikel 172 lid 3 Gemeentewet Pro is beperkt en vereist een evenwichtige belangenafweging.
Het beroep wordt gegrond verklaard, het besluit vernietigd en de burgemeester opgedragen een nieuw besluit te nemen. Tevens wordt een schadevergoeding van €1.217 toegekend voor overschrijding van de redelijke termijn, waarbij ook de Staat €783 betaalt. Proceskosten worden vergoed aan appellant.
Uitkomst: Het besluit van de burgemeester tot sluiting van het bedrijfspand wordt vernietigd en de burgemeester wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen.