ECLI:NL:RVS:2021:634
Raad van State
- Hoger beroep
- E. Helder
- F.D. van Heijningen
- H.J.M. Baldinger
- Rechtspraak.nl
Bevestiging watervergunning voor grondwateronttrekking ten behoeve van sanering chemisch bedrijf in Zaltbommel
Het college van gedeputeerde staten van Gelderland verleende op 13 december 2016 een watervergunning aan Sachem Europe B.V. voor het onttrekken van grondwater ten behoeve van de sanering van een met benzeen verontreinigd bedrijfsterrein in Zaltbommel. Stichting Veiliger Zaltbommel maakte bezwaar tegen deze vergunning omdat zij de saneringswijze niet doelmatig achtte. De rechtbank Gelderland verklaarde het beroep van de Stichting ongegrond en stelde dat de saneringswijze was vastgelegd in onherroepelijke saneringsplannen uit 2005 en 2014, en dat het college mocht uitgaan van de doelmatigheid en efficiëntie van de sanering.
In hoger beroep betoogde de Stichting dat de watervergunning in strijd was met provinciaal beleid en dat de doelmatigheid van de sanering opnieuw getoetst had moeten worden. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de toetsing van de doelmatigheid en efficiëntie van de sanering thuishoort binnen de Wet bodembescherming en niet in de watervergunningprocedure. De rechtbank had terecht geoordeeld dat alleen bij sterke aanwijzingen van inefficiëntie nader onderzoek nodig is, wat in deze zaak niet het geval was.
De Afdeling nam mee dat de saneringsplannen onherroepelijk zijn en dat latere evaluatierapporten die na het besluit van 2016 dateren niet meegenomen konden worden. Ook het beroep op het Verdrag van Aarhus faalde omdat er geen lacune in rechtsbescherming was. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep van Stichting Veiliger Zaltbommel wordt ongegrond verklaard en de watervergunning wordt bevestigd.