ECLI:NL:RVS:2021:644
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- H.G. Sevenster
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak rechtbank over vreemdelingenbewaring en openbaarmaking tijdens coronaperiode
De vreemdeling werd op 1 december 2020 in vreemdelingenbewaring gesteld. De rechtbank verklaarde het daarop ingestelde beroep ongegrond en wees het verzoek om schadevergoeding af. De vreemdeling ging in hoger beroep tegen deze uitspraak.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State toetste in dit hoger beroep onder meer de wijze van openbaarmaking van de uitspraak door de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Groningen, tijdens de coronapandemie. De rechtbank had vanwege lockdownmaatregelen de openbare zittingen opgeschort en een alternatieve werkwijze gehanteerd waarbij uitspraken wekelijks via een proces-verbaal openbaar werden gemaakt, en belangstellenden een geanonimiseerd afschrift konden opvragen.
De Afdeling oordeelde dat deze aangepaste werkwijze, hoewel afwijkend van de normale praktijk, voldoende recht doet aan het beginsel van openbare rechtspraak in deze uitzonderlijke omstandigheden. De grief over het ontbreken van een openbare uitspraak faalde daarom. Ook andere aangevoerde grieven werden ongegrond verklaard. Nadere stukken die buiten de beroepstermijn waren ingediend, werden niet in behandeling genomen.
De Afdeling bevestigde daarmee de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af. De staatssecretaris werd niet veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.