ECLI:NL:RVS:2021:68
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- H.G. Sevenster
- A. Kuijer
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake intrekking verblijfsvergunning wegens gevaar voor openbare orde
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft op 27 oktober 2017 de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd van een vreemdeling ingetrokken wegens een gevaar voor de openbare orde en een inreisverbod van twee jaar opgelegd. De vreemdeling maakte bezwaar, dat in eerste aanleg door de rechtbank werd toegewezen, waarna de staatssecretaris hoger beroep instelde bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling oordeelt dat de staatssecretaris terecht de glijdende schaal toepast bij de intrekking van de verblijfsvergunning, met inachtneming van het evenredigheidsbeginsel uit het arrest G.S. en een individuele beoordeling conform de Gezinsherenigingsrichtlijn. De strafrechtelijke veroordelingen van de vreemdeling, waaronder diefstal met geweld en valsheid in geschrifte, zijn ernstig en vormen een gevaar voor de openbare orde.
Bij de belangenafweging heeft de staatssecretaris ook rekening gehouden met de persoonlijke omstandigheden van de vreemdeling, zoals zijn geboorte en verblijf in Nederland, en zijn beperkte banden met Marokko. Desondanks is het algemeen belang van de openbare orde zwaarder gewogen. De Afdeling vernietigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het beroep van de staatssecretaris gegrond, maar het beroep van de vreemdeling ongegrond. Het besluit van 19 oktober 2018 wordt eveneens vernietigd.
Uitkomst: Het hoger beroep van de staatssecretaris wordt gegrond verklaard en het beroep van de vreemdeling ongegrond; de uitspraak van de rechtbank en het besluit van 19 oktober 2018 worden vernietigd.