ECLI:NL:RVS:2021:785
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- E. Helder
- Rechtspraak.nl
Vernietiging niet-ontvankelijkverklaring bezwaar tegen afwijzing handhaving gebruik rubbergranulaat kunstgrasvelden
Stichting InStrepitus verzocht het college van burgemeester en wethouders van Katwijk handhavend op te treden tegen het gebruik van rubbergranulaat als vulling voor kunstgrasvelden, omdat dit een bodemverontreinigende stof betreft. Het college wees dit verzoek bij besluit van 30 januari 2020 af. De stichting diende daarop een bezwaarschrift in, maar het college verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk omdat de gronden van bezwaar niet binnen de gestelde termijn waren ingediend.
De stichting stelde dat het college onterecht het bezwaar niet-ontvankelijk had verklaard, omdat zij niet expliciet of impliciet kenbaar had gemaakt dat zij via elektronische weg bereikbaar was, terwijl het college de termijn voor het indienen van de gronden uitsluitend per e-mail had gesteld. De Raad van State overwoog dat het college niet mocht volstaan met het enkel per e-mail toesturen van de termijn, omdat de stichting niet had aangegeven elektronisch bereikbaar te zijn.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het college in strijd met artikel 6:6 van Pro de Awb het bezwaar niet-ontvankelijk had verklaard en vernietigde het besluit. Tevens werd het college veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan de stichting.
Uitkomst: Het beroep van Stichting InStrepitus wordt gegrond verklaard en het besluit tot niet-ontvankelijkverklaring wordt vernietigd.