ECLI:NL:RVS:2023:3224
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J. Hoekstra
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit Katwijk over handhaving gebruik rubbergranulaat op kunstgrasvelden
De Stichting InStrepitus verzocht het college van burgemeester en wethouders van Katwijk handhavend op te treden tegen het gebruik van rubbergranulaat als infill-materiaal op kunstgrasvelden van voetbalverenigingen KVV Quick Boys en VV Katwijk. Het college wees dit verzoek af en verklaarde het bezwaar ongegrond. De Stichting stelde dat het gebruik van rubbergranulaat de bodem verontreinigt in strijd met artikel 13 van Pro de Wet bodembescherming (Wbb).
De Afdeling bestuursrechtspraak stelde vast dat de preventieve zorgplicht van artikel 13 Wbb Pro door het college werd nageleefd, mede door toepassing van zorgplichtdocumenten uit 2017 en 2020. Echter, het bodemonderzoek van het college beperkte zich tot zink als gidsparameter en onderzocht niet andere mogelijke verontreinigende stoffen. De Afdeling oordeelde dat dit onvoldoende was voor de repressieve zorgplicht van artikel 13 Wbb Pro, die vereist dat bij bodemverontreiniging alle gevolgen worden beperkt en ongedaan gemaakt.
Daarom werd het besluit van 14 september 2021 vernietigd voor zover het de repressieve zorgplicht betrof. Het college moet een nieuw besluit nemen en de proceskosten van de Stichting vergoeden, inclusief griffierecht en kosten voor rechtsbijstand.
Uitkomst: Het besluit van Katwijk wordt vernietigd voor zover het de repressieve zorgplicht betreft en het college moet een nieuw besluit nemen en proceskosten vergoeden.