ECLI:NL:RVS:2021:811
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- H. Troostwijk
- D.A. Verburg
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake afwijzing machtiging voorlopig verblijf wegens ontbreken beschermingswaardig gezinsleven
De zaak betreft het hoger beroep van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid tegen een uitspraak van de rechtbank Den Haag die het beroep van een 73-jarige Syrische vreemdeling gegrond verklaarde tegen de afwijzing van haar aanvraag voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv).
De vreemdeling stelde dat zij vanwege haar slechte gezondheid en afhankelijkheid van haar dochter, die als referent fungeert, recht had op verblijf op grond van artikel 8 EVRM Pro over een beschermingswaardig gezinsleven. De rechtbank had geoordeeld dat de staatssecretaris onvoldoende had gemotiveerd dat er geen 'more than the normal emotional ties' tussen hen bestonden en dat de vreemdeling niet aannemelijk had gemaakt dat zij exclusief afhankelijk was van haar dochter.
De Raad van State oordeelde dat de rechtbank ten onrechte had overwogen dat de staatssecretaris ondeugdelijk had gemotiveerd dat er geen beschermingswaardig gezinsleven bestaat. De staatssecretaris mocht concluderen dat geen sprake was van dergelijke banden, mede omdat de zorg voor de vreemdeling na het vertrek van de referent door anderen werd overgenomen, en er geen financiële afhankelijkheid was. Het voorwaardelijk incidenteel hoger beroep van de vreemdeling werd ongegrond verklaard. De uitspraak van de rechtbank werd vernietigd en het beroep alsnog ongegrond verklaard.
Uitkomst: De Raad van State vernietigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het beroep van de vreemdeling ongegrond wegens het ontbreken van een beschermingswaardig gezinsleven.