ECLI:NL:RVS:2021:930
Raad van State
- Hoger beroep
- J.J. van Eck
- H. Troostwijk
- C.M. Wissels
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking Nederlanderschap en ongewenstverklaring wegens aansluiting bij ISIS
Appellante is geboren met de Marokkaanse nationaliteit en verkreeg het Nederlanderschap via haar vader. In mei 2019 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid haar Nederlanderschap ingetrokken en haar ongewenst verklaard omdat zij zich heeft aangesloten bij ISIS, een organisatie die deelneemt aan een internationaal gewapend conflict en een bedreiging vormt voor de nationale veiligheid.
De staatssecretaris baseerde zich op een individueel ambtsbericht van de AIVD, waarin staat dat appellante sinds september 2016 in Syrië verbleef in ISIS-gebied, wapens beheerste en oproepen tot aanslagen plaatste. Appellante en haar raadsman hebben geweigerd toestemming te geven om kennis te nemen van de onderliggende geheime stukken, waardoor de Afdeling deze niet kon betrekken bij haar oordeel.
De rechtbank en de Afdeling oordeelden dat de staatssecretaris voldoende bewijs heeft geleverd dat appellante uit eigen overtuiging bij ISIS is aangesloten en dat zij een bedreiging vormt voor Nederland. Betwisting door familieleden werd niet als concreet tegenbewijs aanvaard. Ook werd geoordeeld dat de intrekking niet discriminerend is en dat de glijdende schaal niet van toepassing is. Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de intrekking van het Nederlanderschap en ongewenstverklaring worden bevestigd.