Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
Zittingsplaats Roermond
uitspraak van de meervoudige kamer van 21 december 2023 in de zaak tussen
[eiser], eiser
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
“Dit betekent dat de Afdeling eerst zal beoordelen of de intrekking een inmenging in het door artikel 8 van Pro het EVRM beschermde recht op respect voor het privéleven is. Bepalend hierbij is of de intrekking negatieve gevolgen heeft voor het privéleven van de betrokkene (paragrafen 58 tot en met 62 van dat arrest). Als de intrekking een inmenging is, zal de Afdeling beoordelen of deze gerechtvaardigd is. Hierbij gaat het om de vraag of de intrekking voorzien is bij wet, of de betrokkene de intrekking bij de rechter heeft kunnen aanvechten, of de intrekkingsprocedure met voldoende waarborgen is omkleed, of de staatssecretaris zorgvuldig heeft gehandeld en snel genoeg tot intrekking is overgegaan (paragraaf 63 van dat arrest) en ten slotte of de staatssecretaris de intrekkingsbevoegdheid willekeurig heeft toegepast (paragraaf 71 van dat arrest, vergelijk ook paragrafen 51 en 52 van het arrest van het EHRM van 25 juni 2020, Ghoumid e.a. tegen Frankrijk, ECLI:CE:ECHR:2020:0625JUD005227316).”
Conclusie en gevolgen
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit voor zover zich dat richt tegen de in het bestreden besluit vervatte beoordeling in het kader van artikel 8 van Pro het EVRM;
- bepaalt dat de rechtsgevolgen van het vernietigde bestreden besluit in stand blijven;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiser van € 1.674,00.
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Stb.2016, 121) is intrekking van het Nederlanderschap ingevolge lid 2 wegens het plegen van een misdrijf als bedoeld in artikel 134a Sr niet mogelijk als de veroordeling onherroepelijk is geworden voor 31 maart 2016. De tekst van dit art. II luidt:
Artikel II. Het intrekken van het Nederlanderschap op grond van artikel 14, tweede lid, onderdeel b, wegens een misdrijf als bedoeld in artikel 134a van het Nederlandse Wetboek van Strafrecht is niet toegestaan in geval van een veroordeling wegens dit misdrijf, die onherroepelijk is geworden voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze Rijkswet.”
Hij die zich of een ander opzettelijk gelegenheid, middelen of inlichtingen verschaft of tracht te verschaffen tot het plegen van een terroristisch misdrijf dan wel een misdrijf ter voorbereiding of vergemakkelijking van een terroristisch misdrijf dan wel een misdrijf ter voorbereiding of vergemakkelijking van een terroristisch misdrijf, dan wel zich kennis of vaardigheden daartoe verwerft of een ander bijbrengt, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste acht jaren of geldboete van de vijfde categorie.”