ECLI:NL:RVS:2022:1006
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- E. Helder
- B. Meijer
- J.M.L. Niederer
- Rechtspraak.nl
Ongegrondverklaring beroep tegen ontheffing voor aantasting leefgebied bunzing, hermelijn en wezel in gebiedsontwikkeling Oostelijke Langstraat
Het college van gedeputeerde staten van Noord-Brabant verleende een ontheffing voor het opzettelijk beschadigen of vernielen van voortplantings- of rustplaatsen van de bunzing, hermelijn en wezel in het kader van de Gebiedsontwikkeling Oostelijke Langstraat (GOL). De ontheffing voor het opzettelijk doden en vangen van deze soorten werd geweigerd. Stichting VGNB maakte bezwaar tegen deze ontheffing en stelde dat de ontheffing zou leiden tot een verdere achteruitgang van de populaties van de betrokken soorten.
De Raad van State overwoog dat de ontheffing terecht is verleend omdat het college aannemelijk heeft gemaakt dat de mitigerende en compenserende maatregelen voldoende zijn om de gunstige staat van instandhouding van de soorten te waarborgen. De tijdelijke aantasting van leefgebied wordt gecompenseerd door het creëren van nieuwe leefgebieden en faunatunnels. Daarnaast is geoordeeld dat de alternatieven die VGNB aandroeg niet voldoen aan het doel van de GOL en daarom niet als bevredigende oplossing kunnen worden beschouwd.
De Afdeling bestuursrechtspraak verwierp het beroep van VGNB als ongegrond en oordeelde dat het college terecht heeft gehandeld binnen de kaders van de Wet natuurbescherming en de Crisis- en herstelwet. De ontheffing is daarmee rechtsgeldig verleend en het beroep wordt afgewezen.
Uitkomst: Het beroep van Stichting VGNB tegen de ontheffing voor het beschadigen van voortplantings- en rustplaatsen van bunzing, hermelijn en wezel is ongegrond verklaard.