ECLI:NL:RVS:2022:1017
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling terugbetalingsplicht lening inburgeringscursus en boete wegens niet tijdig inburgeren
De zaak betreft het hoger beroep van een appellant tegen besluiten van de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid over een boete van €250 wegens het niet naleven van de inburgeringsplicht en de terugbetalingsverplichting van een lening voor een inburgeringscursus.
De rechtbank verklaarde het bezwaar tegen de boete niet-ontvankelijk wegens termijnoverschrijding, wat door de Afdeling werd bevestigd. De appellant voerde aan dat zij onvoldoende was geïnformeerd over de terugbetalingsverplichting en dat de termijnoverschrijding daarom verschoonbaar was, maar dit werd verworpen.
Ten aanzien van de terugbetalingsplicht oordeelde de rechtbank dat de brief van 18 oktober 2019 geen besluit was, maar de Afdeling stelde vast dat deze brief wel een besluit is omdat het de hoogte van de schuld en de betalingsverplichting vaststelt. De Afdeling vernietigde daarom de uitspraak van de rechtbank en het besluit van de minister, en gelastte een nieuw besluit waarin ook de mogelijkheid tot gedeeltelijke kwijtschelding moet worden betrokken.
De minister werd tevens veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht. De uitspraak bevestigt het belang van duidelijke besluitvorming en de mogelijkheid tot bezwaar tegen terugbetalingsverplichtingen.
Uitkomst: Boete wegens niet tijdig inburgeren bevestigd; besluit over terugbetaling lening vernietigd en nieuw besluit met mogelijkheid tot kwijtschelding gelast.