ECLI:NL:RVS:2022:1064
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak over bijzondere bekostiging bij samenvoeging basisscholen
De zaak betreft de terugvordering van bijzondere bekostiging door de minister voor een basisschool die is ontstaan uit de samenvoeging van twee scholen, Kinderland en Groenhorst, tot Het Kompas. De minister stelde dat op de fusiedatum geen enkele leerling van Kinderland naar Groenhorst was overgegaan, waardoor geen sprake was van een samenvoeging in de zin van de wet, en vorderde daarom €133.137,23 terug.
De rechtbank oordeelde dat een samenvoeging ook kan bestaan als een substantieel deel van de leerlingen al eerder was overgegaan en dat de bekostiging niet teruggevorderd kon worden. De minister ging hiertegen in hoger beroep. De Raad van State oordeelde dat de samenvoeging volgens de wet vereist dat op de fusiedatum leerlingen overgaan, wat hier niet het geval was. De regeling is niet bedoeld om personeelstekorten te compenseren.
De Afdeling bestuursrechtspraak vernietigde de uitspraak van de rechtbank, verklaarde het beroep ongegrond en bevestigde de terugvordering. Tevens kende de Raad van State een schadevergoeding toe wegens overschrijding van de redelijke termijn in de procedure. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden, maar de Staat wel voor de kosten van het schadevergoedingsverzoek.
Uitkomst: Het beroep van de minister wordt ongegrond verklaard en de terugvordering van bijzondere bekostiging bevestigd.