ECLI:NL:RVS:2022:120
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting en voor opvang vreemdelingen in hoger beroep
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft op 3 maart 2021 aanvragen van twee vreemdelingen voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd afgewezen. De vreemdelingen hebben tegen deze besluiten beroep ingesteld bij de rechtbank Den Haag, die op 21 december 2021 de beroepen ongegrond verklaarde. Hiertegen is hoger beroep ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De vreemdelingen hebben vervolgens een verzoek ingediend voor een voorlopige voorziening om te voorkomen dat zij worden uitgezet voordat het hoger beroep is beslist, en om opvang en verstrekkingen te verkrijgen. De voorzieningenrechter heeft dit verzoek toegewezen, verwijzend naar eerdere jurisprudentie, en bepaald dat de vreemdelingen niet mogen worden uitgezet zolang het hoger beroep loopt.
Daarnaast is de staatssecretaris veroordeeld tot het vergoeden van de proceskosten van de vreemdelingen, ter hoogte van €759,00, die volledig toe te rekenen zijn aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand. De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter C.C.W. Lange op 18 januari 2022.
Uitkomst: De vreemdelingen mogen niet worden uitgezet totdat op het hoger beroep is beslist en de staatssecretaris moet proceskosten vergoeden.