ECLI:NL:RVS:2022:1254
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting en verzoek opvang vreemdeling
De vreemdeling heeft bij besluit van 9 november 2021 een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend, welke door de staatssecretaris is afgewezen en waarbij tevens ambtshalve het uitstel van vertrek is geweigerd. De vreemdeling heeft hiertegen beroep ingesteld bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep op 25 maart 2022 ongegrond verklaarde. Vervolgens heeft de vreemdeling hoger beroep ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en verzocht om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek om een voorlopige voorziening toegewezen, waardoor de vreemdeling niet wordt uitgezet totdat op het hoger beroep is beslist. Tevens is de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van €759,00, toe te rekenen aan beroepsmatige rechtsbijstand door een derde.
Deze beslissing is genomen op grond van artikel 8:81 en Pro 8:83 van de Algemene wet bestuursrecht en sluit aan bij eerdere jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak. De uitspraak is gedaan op 28 april 2022 door mr. M. Soffers, voorzieningenrechter.
Uitkomst: De vreemdeling mag niet worden uitgezet totdat op het hoger beroep is beslist en de staatssecretaris moet proceskosten vergoeden.