Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam] eiseres
[naam 2]
Rechtbank Den Haag
Eiseres, die stelt de Eritrese nationaliteit te bezitten, heeft een asielaanvraag ingediend die door verweerder is afgewezen omdat uit EU-VIS blijkt dat zij een visum heeft gekregen op basis van een Ethiopisch paspoort. Verweerder achtte de verklaringen van eiseres over haar Eritrese nationaliteit en problemen vanwege het boze oog niet geloofwaardig en vond geen contra-indicaties voor de Ethiopische personalia.
Eiseres betoogde dat verweerder onzorgvuldig heeft gehandeld door niet te onderzoeken of het paspoort authentiek was en dat er sprake is van bewijsnood. De rechtbank oordeelde echter dat verweerder op grond van het interstatelijk vertrouwensbeginsel uit mag gaan van de gegevens in EU-VIS, waarbij de Italiaanse autoriteiten het paspoort hebben gecontroleerd.
De rechtbank stelde vast dat het spreken van Tigrinya en het verblijf in de noordelijke Ethiopische regio Tigray geen aanwijzingen vormen voor de Eritrese nationaliteit. Ook de bewijsnood en verzoeken om nader onderzoek werden verworpen. De rechtbank achtte de verklaringen over het boze oog onvoldoende gedetailleerd en vond dat eiseres niet voldeed aan het individualiseringsvereiste voor bescherming als lid van een risicogroep.
Ten aanzien van medische omstandigheden van haar zoon oordeelde de rechtbank dat verweerder terecht geen uitstel van vertrek op grond van artikel 64 Vw Pro heeft verleend, omdat de zoon niet onder behandeling stond. Het beroep is daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard omdat verweerder terecht uitgaat van de gegevens in EU-VIS en de Eritrese nationaliteit niet aannemelijk is gemaakt.