ECLI:NL:RVS:2022:1280
Raad van State
- Hoger beroep
- D.A. Verburg
- H.G. Sevenster
- M. Soffers
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing machtiging voorlopig verblijf wegens onvoldoende bewijs familierechtelijke relatie
De vreemdeling, met Eritrese nationaliteit, verzocht om een machtiging tot voorlopig verblijf in het kader van nareis bij haar vermeende biologische vader. De staatssecretaris wees deze aanvraag af omdat de vreemdeling niet kon aantonen dat zij over een Eritrese nationale identiteitskaart beschikte en onvoldoende bewijs leverde van de familierechtelijke relatie. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelt dat het Algemeen Ambtsbericht Eritrea 2020 een genuanceerder beeld schetst over de registratie van geboorten in Eritrea, waardoor het ontbreken van een geboorteakte niet zonder meer tegen de vreemdeling mag worden gebruikt. Tevens stelt de Afdeling dat de staatssecretaris een integrale en evenredige beoordeling moet maken van alle documenten en verklaringen, en gemotiveerd moet beoordelen of de vreemdeling het voordeel van de twijfel verdient.
De Afdeling vernietigt daarom de uitspraak van de rechtbank en het besluit van de staatssecretaris, verklaart het hoger beroep gegrond en gelast een nieuwe beslissing waarbij de staatssecretaris de vreemdeling in bezwaar moet horen. De staatssecretaris wordt tevens veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, het besluit en de uitspraak worden vernietigd en de staatssecretaris moet een nieuw besluit nemen.