ECLI:NL:RBDHA:2024:8698
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing machtiging tot voorlopig verblijf wegens ontbreken feitelijke gezinsband
Eiseres, van Eritrese nationaliteit en woonachtig in Ethiopië, verzocht om een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) in Nederland bij haar vader, de referent, die sinds 2017 een verblijfsvergunning asiel bezit. De aanvraag werd in 2018 afgewezen en het bezwaar in 2023 ongegrond verklaard. De rechtbank behandelde het beroep op 8 maart 2024.
De Afdeling bestuursrechtspraak vernietigde in 2022 eerdere uitspraken vanwege onvoldoende motivering en het ontbreken van een hoorzitting. Na hernieuwde beoordeling concludeerde de IND dat de identiteit van eiseres weliswaar wordt aangenomen, maar dat de familierechtelijke relatie niet is aangetoond met documenten. Ook bood de IND geen DNA-onderzoek aan, omdat de feitelijke gezinsband niet aannemelijk was.
Eiseres stelde dat zij uit een duurzame, met een huwelijk gelijk te stellen relatie is geboren en dat er sprake is van hechte persoonlijke banden met referent, ondanks diens dienstplicht en detentie. Verweerder oordeelde echter dat er geen sprake is van een met een huwelijk gelijk te stellen relatie en dat er geen feitelijke gezinsband bestond op het moment van de komst van referent naar Nederland in 2015.
De rechtbank bevestigt dat er geen bewijs is voor een met huwelijk gelijk te stellen relatie en dat verweerder terecht heeft geoordeeld dat er geen hechte persoonlijke banden waren op het peilmoment. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en eiseres krijgt geen vergoeding van griffierecht of proceskosten.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de aanvraag voor een machtiging tot voorlopig verblijf wordt afgewezen wegens ontbreken van een feitelijke gezinsband.