ECLI:NL:RVS:2022:1325
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- H.J.M. Baldinger
- J.J.W.P. van Gastel
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking verblijfsvergunning asiel en terugkeerbesluit ondanks non-refoulement
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft op 17 december 2019 de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd van de vreemdeling ingetrokken, de verlenging van de vergunning afgewezen, de vreemdeling opgedragen de Europese Unie onmiddellijk te verlaten en een inreisverbod opgelegd.
De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling tegen dit besluit ongegrond. In hoger beroep betoogde de vreemdeling onder meer dat het terugkeerbesluit onjuist was omdat het geen specifiek land van bestemming vermeldde. De Raad van State oordeelde echter dat het besluit voldoet aan de vereisten van een terugkeerbesluit, omdat duidelijk is dat de vreemdeling uit Eritrea komt en daar naar dient terug te keren, maar dat gedwongen terugkeer momenteel niet mogelijk is vanwege het non-refoulementbeginsel.
De Raad van State bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden. De uitspraak werd gedaan op 9 mei 2022.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.