ECLI:NL:RVS:2022:1348
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering verklaring omtrent gedrag voor taxichauffeur vanwege strafbare feiten
De minister voor Rechtsbescherming wees op 31 maart 2020 de aanvraag van appellante om een verklaring omtrent het gedrag (VOG) voor een chauffeurskaart af. De aanvraag werd beoordeeld aan de hand van de Beleidsregels VOG-NP-RP 2018. Appellante kwam binnen de vijfjarige terugkijktermijn voor in het Justitieel Documentatie Systeem met strafbare feiten zoals hennepteelt, drugsbezit, snelheidsovertreding en een veroordeling wegens witwassen.
De rechtbank Rotterdam verklaarde het beroep van appellante tegen de afwijzing ongegrond. Appellante stelde in hoger beroep dat drugsbezit en witwassen geen belemmering zouden zijn voor de functie van taxichauffeur en dat het subjectieve criterium tot afgifte van de VOG moest leiden. De Raad van State oordeelde dat de minister terecht de strafbare feiten heeft betrokken bij de beoordeling en dat het objectieve criterium voor weigering is vervuld.
De Raad van State bevestigde dat witwassen onverenigbaar is met de functie van taxichauffeur vanwege het risico op benadeling van werkgever en passagiers, ook bij elektronisch betaalverkeer. Het subjectieve criterium bood geen aanleiding tot afgifte van de VOG omdat de veroordeling niet licht was aangerekend en het risico op herhaling onvoldoende was afgenomen. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van de VOG bevestigd.