ECLI:NL:RVS:2022:1349
Raad van State
- Hoger beroep
- C.H.M. van Altena
- B. Meijer
- B.P.M. van Ravels
- Rechtspraak.nl
Vaststelling voorzienbaarheid planschade door bestemmingsplan De Bulders in Heeze-Leende
Het college van burgemeester en wethouders van Heeze-Leende wees in 2019 verzoeken om tegemoetkoming in planschade af van twee eigenaren van woningen nabij het bestemmingsplan 'De Bulders'. Dit bestemmingsplan maakte nieuwe woningbouw en een randweg mogelijk, wat volgens de aanvragers de waarde van hun percelen aantastte. Na vernietiging van eerdere besluiten door de rechtbank, stelde het college hoger beroep in tegen de uitspraak.
De Raad van State overwoog dat de aanvragers bij aankoop van hun woningen rekening moesten houden met woningbouwplannen op basis van het bestemmingsplan 'Buitengebied' uit 1982, maar niet met de aanleg van de randweg die niet inherent was aan de woonwijkontwikkeling en ook niet voorzienbaar was. Tevens was de planologische wijziging ten tijde van aankoop voor een van de aanvragers niet voorzienbaar vanwege het tijdsverloop en het ontbreken van concrete beleidsvoornemens.
Het hoger beroep van het college werd ongegrond verklaard, terwijl dat van een van de aanvragers gegrond werd verklaard. Het college werd opgedragen binnen 18 weken nieuwe besluiten te nemen op de bezwaren, waarbij voorzienbaarheid niet tegengeworpen mag worden. Daarnaast werden proceskosten aan de aanvragers toegekend en griffierechten vastgesteld.
Uitkomst: Het college moet nieuwe besluiten nemen zonder voorzienbaarheid tegen te werpen en proceskosten vergoeden aan de aanvragers.