ECLI:NL:RVS:2020:1122
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank over voorzienbaarheid planschade woning nabij Buitenring Parkstad Limburg
Het college van gedeputeerde staten van Limburg wees het verzoek van de eigenaar van een woning nabij de Buitenring Parkstad Limburg om tegemoetkoming in planschade af. De eigenaar stelde dat zijn woning in waarde was gedaald door het inpassingsplan dat de aanleg van een weg en een geluidwerende voorziening mogelijk maakte. De rechtbank Limburg oordeelde dat hoewel het Streekplan 1962 een concreet beleidsvoornemen was, het tijdsverloop van 43 jaar tussen aankoop en inwerkingtreding van het inpassingsplan de voorzienbaarheid van de schade ontneemt, waardoor de schade niet voor rekening van de eigenaar komt.
Het college stelde in hoger beroep dat alleen de planologische situatie ten tijde van de aankoop relevant is en dat het tijdsverloop geen rol speelt. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State volgde dit standpunt en oordeelde dat het Streekplan 1962 als concreet beleidsvoornemen voorzag in de aanleg van een weg nabij de woning, waardoor de schade voorzienbaar was. De Afdeling vernietigde daarom de uitspraak van de rechtbank en het daarop gebaseerde besluit van het college.
De Afdeling benadrukte dat voor de beoordeling van voorzienbaarheid alleen de situatie ten tijde van de investeringsbeslissing van belang is en dat latere ontwikkelingen geen invloed mogen hebben op deze beoordeling. Het hoger beroep werd gegrond verklaard en de eerdere uitspraak en het besluit werden vernietigd.
Uitkomst: Het hoger beroep is gegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank en het besluit van het college zijn vernietigd.