ECLI:NL:RVS:2022:1497
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid bezwaar tegen voorlopige investeringsverklaringen woningcorporatie
Bewoners van huurwoningen en hun bewonersvereniging in Rotterdam stelden bezwaar tegen voorlopige investeringsverklaringen die aan woningcorporatie Stichting Vestia waren afgegeven voor sloop van hun woningen. Zij vreesden dat deze verklaringen de sloop mogelijk maakten en hun huisrecht aantasten.
De minister verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk omdat de bewoners en vereniging geen belanghebbenden zijn bij deze besluiten. De rechtbank bevestigde dit oordeel en stelde dat de voorlopige investeringsverklaring slechts een fiscaal voordeel betreft en geen besluit over de toelaatbaarheid van sloop.
In hoger beroep oordeelt de Raad van State dat de bewoners en hun vereniging geen rechtstreeks belang hebben bij de voorlopige investeringsverklaringen. De sloopbesluiten en huuropszeggingen zijn afzonderlijke besluiten waartegen rechtsbescherming openstaat. De vereniging behartigt wel belangen van bewoners, maar ook die zijn niet rechtstreeks betrokken bij de investeringsverklaringen.
De Raad van State verklaart het hoger beroep ongegrond en bevestigt de uitspraak van de rechtbank. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.