ECLI:NL:RVS:2026:340
Raad van State
- Hoger beroep
- J.Th. Drop
- C.C.W. Lange
- W. den Ouden
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen niet-ontvankelijkverklaring bezwaar investeringsverklaring verhuurderheffing
Appellant, huurder van een woning in Nijmegen, verzocht de minister van Volkshuisvesting om intrekking van een voorlopige investeringsverklaring die aan de eigenaar, stichting Talis, was verleend. De minister wees dit verzoek af en verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk omdat appellant geen belanghebbende zou zijn.
De rechtbank Gelderland oordeelde echter dat appellant wel belanghebbende was bij de brief van afwijzing van 10 mei 2022 en verklaarde het bezwaar gegrond, vernietigde het besluit van 29 augustus 2022 en veroordeelde de Staat tot een schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn.
In hoger beroep stelt appellant dat hij belanghebbende is bij de investeringsverklaring omdat deze invloed zou hebben op zijn woonsituatie. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelt dat appellant geen belanghebbende is bij het besluit tot voorlopige investeringsverklaring, omdat zijn belang niet rechtstreeks bij het besluit is betrokken. Ook is de brief van 10 mei 2022 geen besluit in de zin van de Awb.
De Afdeling vernietigt het vonnis van de rechtbank, verklaart het beroep ongegrond en wijst de proceskostenvergoeding af. De schadevergoeding wegens termijnoverschrijding blijft in stand.
Uitkomst: Het beroep van appellant wordt ongegrond verklaard wegens gebrek aan belanghebbende status, en het vonnis van de rechtbank wordt vernietigd.