ECLI:NL:RVS:2022:1648
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens geloofsvervolging in India
De vreemdeling uit India verzocht om een verblijfsvergunning asiel op grond van problemen die hij ondervond vanwege zijn christelijke geloof. De staatssecretaris wees de aanvraag op 29 juli 2020 af, waarna de rechtbank Den Haag dit besluit op 10 september 2020 bevestigde. De vreemdeling ging in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling constateerde dat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld dat India als veilig land van herkomst kon worden aangemerkt, mede vanwege nieuwe informatie over toenemende dreiging tegen religieuze minderheden, waaronder christenen. De staatssecretaris had onvoldoende gemotiveerd waarom de vreemdeling ondanks deze situatie geen bescherming zou behoeven.
De Afdeling vernietigde daarom het eerdere besluit en de uitspraak van de rechtbank en beval de staatssecretaris binnen acht weken een nieuw besluit te nemen, waarbij rekening moet worden gehouden met de actuele feiten en omstandigheden. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling.
Uitkomst: Het besluit tot afwijzing van de asielaanvraag wordt vernietigd en de staatssecretaris moet binnen acht weken een nieuw besluit nemen.