ECLI:NL:RVS:2022:1662
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van bewaring vreemdeling door Raad van State
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid stelde de vreemdeling op 19 maart 2022 in bewaring. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 6 april 2022 het beroep ongegrond verklaarde en het verzoek om schadevergoeding afwees.
De vreemdeling ging in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Dit hoger beroep richtte zich op een rechtsvraag die reeds eerder door de Afdeling was beantwoord in vergelijkbare zaken. De Afdeling oordeelde dat het hoger beroep geen nieuwe vragen bevat die beantwoording in het belang van rechtseenheid, rechtsontwikkeling of rechtsbescherming vereisen.
Daarom werd het hoger beroep ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden. De uitspraak werd gedaan door een enkelvoudige kamer van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op 10 juni 2022.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.