ECLI:NL:RVS:2022:1845
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke toetsing spoedeisende bestuursdwang bij verkeerd aangeboden huishoudelijk afval
Het college van burgemeester en wethouders van Den Haag heeft op 21 januari 2022 spoedeisende bestuursdwang toegepast door het verwijderen van een platgemaakte doos die naast een papiercontainer was aangetroffen. Het college stelde dat appellante de doos verkeerd had aangeboden, omdat haar naam en adresgegevens op het label stonden. Appellante voerde aan dat zij de doos wel correct had aangeboden en dat het college haar ten onrechte niet had gehoord in de bezwaarprocedure.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat het college onterecht enkel via e-mail contact zocht, terwijl appellante niet expliciet had kenbaar gemaakt dat zij via die weg voldoende bereikbaar was. Dit betekende dat het college ten onrechte afzag van het horen van appellante. Desondanks werd het gebrek gepasseerd omdat appellante bij de zitting wel haar standpunt kon toelichten en daardoor niet in haar belangen was geschaad.
Verder stelde de Afdeling vast dat het college terecht uitging van het bewijsvermoeden dat degene wiens gegevens op het afval stonden ook de overtreder is, tenzij het tegendeel aannemelijk wordt gemaakt. Appellante had onvoldoende aannemelijk gemaakt dat zij de doos correct had aangeboden. Ook werd geoordeeld dat het college niet onrechtmatig had gehandeld door bestuursdwang toe te passen ondanks de volle container en dat de toegepaste beleidsregel juist was toegepast.
Het beroep werd ongegrond verklaard, maar het college werd veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht vanwege het geconstateerde procedurele gebrek in de bezwaarprocedure.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard, bestuursdwang is rechtmatig toegepast, maar het college moet proceskosten vergoeden.