ECLI:NL:RVS:2022:1877
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- H.J.M. Baldinger
- J.M. Willems
- Rechtspraak.nl
Bevestiging inbewaringstelling vreemdeling na zorgvuldige belangenafweging
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid stelde de vreemdeling op 6 mei 2022 in bewaring. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep ongegrond verklaarde en het verzoek om schadevergoeding afwees. De vreemdeling ging in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling overwoog dat het hoger beroep geen nieuwe inzichten bood ten opzichte van eerdere jurisprudentie over de inspanningsverplichting voorafgaand aan inbewaringstelling en detentieongeschiktheid. Uit het proces-verbaal bleek dat vanwege de mentale gesteldheid van de vreemdeling niet alle vragen tijdens het gehoor konden worden gesteld, maar de staatssecretaris had aanvullende inspanningen verricht door overleg met betrokken zorgorganisaties.
De Afdeling concludeerde dat de staatssecretaris zorgvuldig had gehandeld en voldoende inspanningen had geleverd om de belangen van de vreemdeling te achterhalen. De vreemdeling had niet aannemelijk gemaakt dat hij detentieongeschikt was of dat zijn psychische toestand zou verslechteren door de inbewaringstelling. De rechtbankuitspraak werd bevestigd en het hoger beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de inbewaringstelling wordt bevestigd.