ECLI:NL:RVS:2022:1956
Raad van State
- Mondelinge uitspraak
- A. Verburg
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening begunstigingstermijn last onder dwangsom tegen college Soest
De zaak betreft een hoger beroep van verzoeker tegen een uitspraak van de rechtbank Midden-Nederland die het beroep ongegrond verklaarde tegen een besluit van het college van burgemeester en wethouders van Soest. Dit besluit betrof een last onder dwangsom opgelegd op 10 november 2020, waartegen bezwaar was gemaakt en dat bezwaar op 21 april 2021 ongegrond was verklaard.
Verzoeker heeft een voorlopige voorziening gevraagd om de begunstigingstermijn, de termijn waarbinnen aan de last moet worden voldaan om verbeuring van dwangsommen te voorkomen, te verlengen totdat de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State uitspraak doet in de bodemprocedure. De voorzieningenrechter heeft dit verzoek toegewezen, met als motivering dat het belang van verzoeker, die dwangsommen wil voorkomen, zwaarder weegt dan het belang van het college dat de overtredingen snel beëindigd worden.
De voorzieningenrechter overwoog dat er geen acuut gevaar voor het milieu of ruimtelijke belangen is, geen belangen van derden spelen en dat het handhavingstraject al jaren loopt. Tevens is het college veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht die verzoeker heeft gemaakt in verband met de behandeling van het verzoek.
Uitkomst: De voorzieningenrechter verlengt de begunstigingstermijn van de last onder dwangsom totdat de bodemzaak is beslist en veroordeelt het college tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.