ECLI:NL:RVS:2023:3137
Raad van State
- Hoger beroep
- B.P.M. van Ravels
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke bevestiging handhavingsbesluit tegen illegale paardenpensionactiviteiten in Soest
Het college van burgemeester en wethouders van Soest legde op 10 november 2020 dwangsommen op aan de eigenaar van een perceel in Soest vanwege illegale bouwactiviteiten en het exploiteren van een paardenpension zonder omgevingsvergunning. De eigenaar maakte bezwaar en ging in beroep tegen het besluit, maar de rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. Vervolgens stelde de eigenaar hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling oordeelde dat de omgevingsvergunning van rechtswege die op 29 april 2021 werd verleend niet relevant was voor de beoordeling van het bezwaarbesluit van 21 april 2021. Ook werd geoordeeld dat het handhavingsbeleid van de gemeente juist was toegepast en dat de overtredingen niet van geringe ernst waren, waardoor handhaving proportioneel was. De begunstigingstermijn van ruim anderhalf jaar werd als voldoende beoordeeld en de hoogte van de dwangsommen werd niet als onevenredig beschouwd.
Verder werd vastgesteld dat de vergunning van rechtswege alleen betrekking had op het gebruik van één bestaande hobbystal als pensionstal voor 12 paarden en niet op het gehele perceel. De beroepen tegen de besluiten van 30 mei en 29 juni 2022, waarin enkele lasten werden ingetrokken of gewijzigd, werden eveneens ongegrond verklaard. Ter voorkoming van onmiddellijke dwangsombetaling werd de schorsing van de besluiten van 10 november 2020 en 29 juni 2022 met terugwerkende kracht tot zes weken na verzending van de uitspraak bevolen.
Uitkomst: Het hoger beroep en de beroepen tegen de besluiten zijn ongegrond verklaard en de handhavingsbesluiten worden bevestigd met tijdelijke schorsing.