ECLI:NL:RVS:2022:2016
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake afwijzing verblijfsvergunning zelfstandige en ongegrondverklaring beroep
De vreemdeling met de Turkse nationaliteit diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd met de beperking 'arbeid als zelfstandige' als medevennoot van een kapsalon. De staatssecretaris wees deze aanvraag af wegens onvoldoende onderbouwing, met name een ontoereikend ondernemingsplan zonder gedegen markt- en concurrentieanalyse. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en vernietigde het besluit, omdat de staatssecretaris onvoldoende zorgvuldigheid betrachtte, onder meer door de vreemdeling niet te horen.
De staatssecretaris stelde hoger beroep in en voerde aan dat het ondernemingsplan onvoldoende was en dat de rechtbank ten onrechte stukken uit een eerdere procedure betrok. Ook stelde hij dat de hoorplicht niet was geschonden. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat het ondernemingsplan inderdaad onvoldoende was en dat de staatssecretaris terecht van het horen kon afzien, omdat de vreemdeling nagelaten had essentiële stukken te overleggen ondanks toezeggingen.
De Raad van State vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het hoger beroep van de staatssecretaris gegrond. Het beroep van de vreemdeling werd ongegrond verklaard. Tevens werd het besluit van 29 maart 2021, waarin het bezwaar opnieuw ongegrond werd verklaard, vernietigd. De staatssecretaris hoefde geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep van de staatssecretaris wordt gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en het beroep van de vreemdeling ongegrond verklaard.