ECLI:NL:RBDHA:2020:8781
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging afwijzing aanvraag verblijfsvergunning zelfstandige wegens onvoldoende motivering en schending hoorplicht
Eiser diende op 18 maart 2019 een aanvraag in voor een verblijfsvergunning als zelfstandige. Verweerder wees deze aanvraag af omdat eiser geen geldige machtiging tot voorlopig verblijf had en onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat hij een wezenlijk Nederlands belang diende. Verweerder motiveerde onvoldoende waarom de aanvraag niet aan de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RvO) werd voorgelegd.
Eiser voerde aan dat hij voldoende stukken had overgelegd, waaronder een ondernemingsplan met markt- en concurrentieanalyse, financiële stukken en een verklaring van werkervaring. De rechtbank oordeelde dat verweerder onvoldoende had gemotiveerd waarom deze stukken niet volstonden en dat verweerder ten onrechte had afgezien van het horen van eiser.
De rechtbank vernietigde het bestreden besluit wegens strijd met de artikelen 3:46 en 7:2 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en bepaalde dat verweerder binnen zes weken een nieuw besluit moet nemen. Tevens werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.
Uitkomst: Het bestreden besluit is vernietigd en verweerder moet binnen zes weken een nieuw besluit nemen.