ECLI:NL:RVS:2022:2031
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting vreemdeling in hoger beroep verblijfsvergunning
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 21 februari 2021 de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De rechtbank vernietigde dit besluit deels en bepaalde dat de staatssecretaris een nieuw besluit moest nemen. De vreemdeling stelde hoger beroep in tegen het nieuwe besluit van 6 december 2021, waarbij de staatssecretaris weigerde een verblijfsvergunning regulier te verlenen. De rechtbank verklaarde dit beroep ongegrond op 20 juni 2022.
De vreemdeling verzocht vervolgens de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State om een voorlopige voorziening te treffen, zodat zij niet zou worden uitgezet voordat het hoger beroep was beslist en om opvang en verstrekkingen te ontvangen. De voorzieningenrechter achtte dit verzoek gegrond en bepaalde dat de vreemdeling niet mocht worden uitgezet totdat het hoger beroep was afgerond.
Daarnaast werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling, welke geheel toe te rekenen waren aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand. De uitspraak werd gedaan op 15 juli 2022 door voorzieningenrechter J.H. van Breda.
Uitkomst: De vreemdeling mag niet worden uitgezet totdat op het hoger beroep is beslist en de staatssecretaris wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.