ECLI:NL:RVS:2022:2110
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake weigering uitzettingsbevel op medische gronden
De vreemdeling stelde dat de noodzakelijke medische behandeling in Guinee niet toegankelijk is en dat de staatssecretaris ten onrechte weigerde uitzetting achterwege te laten. De rechtbank wees het beroep van de vreemdeling af, waarna hoger beroep werd ingesteld bij de Raad van State.
De Afdeling bestuursrechtspraak overwoog dat de staatssecretaris bij de beoordeling van de feitelijke toegankelijkheid van medische zorg rekening moet houden met de eerder vastgestelde geloofwaardigheid van de identiteit en nationaliteit van de vreemdeling. De Afdeling vernietigde de uitspraak van de rechtbank omdat de rechtsvraag over de feitelijke toegankelijkheid van medische behandeling niet juist was beoordeeld.
In het vervolg van de procedure oordeelde de Afdeling dat de vreemdeling niet aannemelijk had gemaakt dat de noodzakelijke medische zorg in Guinee voor hem niet toegankelijk is, en dat de staatssecretaris terecht had gewezen op het ontbreken van concrete gegevens ter onderbouwing. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
De staatssecretaris werd veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van het hoger beroep, omdat de rechtbank de zaak onjuist had beoordeeld. De Afdeling benadrukte het belang van voldoende bewijs om de ontoegankelijkheid van medische zorg aan te tonen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank vernietigd, maar het beroep zelf wordt ongegrond verklaard; de staatssecretaris moet proceskosten vergoeden.