ECLI:NL:RVS:2022:214
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak rechtbank inzake bewaring vreemdeling en afwijzing schadevergoeding
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid stelde de vreemdeling op 19 oktober 2021 in bewaring. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep op 5 november 2021 ongegrond verklaarde en tevens het verzoek om schadevergoeding afwees.
De vreemdeling ging hiertegen in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Dit hoger beroep richtte zich op een rechtsvraag die reeds eerder door de Afdeling was beantwoord, met name over het aanvangstijdstip van de wachttijd bij een piketmelding.
De Raad van State oordeelde dat het hoger beroep geen nieuwe vragen bevat die van belang zijn voor rechtseenheid, rechtsontwikkeling of rechtsbescherming en verklaarde het hoger beroep ongegrond. De uitspraak van de rechtbank werd bevestigd en de staatssecretaris werd niet verplicht proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het hoger beroep ongegrond.