Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser], V-nummer: [V-nummer], eiser,
de Minister van Asiel en Migratie, verweerder,
Procesverloop
Overwegingen
(…)
in Nederlandingediende aanvragen tot het verlenen van een verblijfsvergunning. Eiser heeft op 3 september 2024 voor de eerste maal een verblijfsvergunning aangevraagd en op die aanvraag is nog niet beslist. In de maatregel is deze grond onderbouwd met de overweging dat eiser in België reeds twee keer een asielaanvraag heeft ingediend en deze aanvragen niet geleid hebben tot verlening van een verblijfsvergunning. Verder is overwogen dat eiser “Ook in Nederland nu een asielaanvraag heeft ingediend. Hij kan deze aanvraag niet onderbouwen en is enkel gedaan om niet aan zijn verplichting tot terugkeer te voldoen.” Deze motivering volstaat niet. Naast dat deze grond feitelijk niet juist is, blijkt uit de in België gevoerde procedures niet een risico dat eiser thans de overdracht aan België wil verstoren.
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- gelast de onmiddellijke invrijheidstelling van eiser;
- beveelt de onmiddellijke opheffing van de bewaringsmaatregel;
- veroordeelt de Staat der Nederlanden tot het betalen van een schadevergoeding aan eiser tot een bedrag van € 1.730,- te betalen door de griffier en beveelt de tenuitvoerlegging van deze schadevergoeding;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 1.750,00.