ECLI:NL:RVS:2022:2216
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging en terugwijzing in hoger beroep tegen bewaring vreemdeling en minderjarige kinderen
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid stelde op 25 maart 2022 een vreemdeling en drie van haar minderjarige kinderen in bewaring, en op 29 maart 2022 het vierde kind. De rechtbank verklaarde de beroepen tegen deze besluiten ongegrond en wees het verzoek om schadevergoeding af. De vreemdeling ging in hoger beroep.
De Afdeling bestuursrechtspraak constateerde dat de rechtbank de vreemdeling niet de mogelijkheid had gegeven om te reageren op stukken die de staatssecretaris op 11 april 2022 had ingebracht, waaronder het proces-verbaal van de inbewaringstelling van haar zoon. Dit was een schending van het verdedigingsbeginsel en het beginsel van hoor- en wederhoor.
Daarom werd het hoger beroep gegrond verklaard, het vonnis van de rechtbank vernietigd en de zaak terugverwezen voor herbeoordeling waarbij de vreemdeling alsnog de gelegenheid krijgt te reageren. De staatssecretaris werd veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, het vonnis van de rechtbank vernietigd en de zaak terugverwezen voor herbeoordeling met inachtneming van het hoor- en wederhoorbeginsel.