ECLI:NL:RVS:2022:2244
Raad van State
- Hoger beroep
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Bevestiging sluiting woningen wegens hennepkwekerij in Schiedam
De burgemeester van Schiedam besloot tot sluiting van twee woningen vanwege de aanwezigheid van een hennepkwekerij. Na een eerdere sluiting van twaalf maanden werd deze verkort tot zes maanden. De eigenaar van de woningen, appellant, stelde dat de sluiting niet noodzakelijk was en dat de hennepkwekerij al ontmanteld was bij politie-inval.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, waarna appellant hoger beroep instelde bij de Raad van State. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de burgemeester terecht gebruik maakte van zijn bevoegdheid op grond van artikel 13b van de Opiumwet en het Damoclesbeleid. De aanwezigheid van grote hoeveelheden hennepplanten en stekjes vormde een ernstige situatie die sluiting rechtvaardigde.
De Raad van State benadrukte dat het ontbreken van meldingen van overlast niet afdoet aan de noodzaak van de maatregel. Ook was de duur van zes maanden sluiting evenwichtig, mede gezien de zorgplicht van appellant als verhuurder en eerdere vondst van een hennepkwekerij in een andere door hem verhuurde garagebox. Het hoger beroep werd verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De sluiting van de woningen voor zes maanden wordt bevestigd als noodzakelijk en evenwichtig.