ECLI:NL:RVS:2022:2274
Raad van State
- Hoger beroep
- D.A. Verburg
- H.G. Sevenster
- C.C.W. Lange
- Rechtspraak.nl
Vernietiging en terugwijzing van intrekking verblijfsvergunning asiel wegens schending privéleven
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid trok op 18 september 2019 de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd van de vreemdeling in en weigerde hem een reguliere verblijfsvergunning toe te kennen. De rechtbank Den Haag verklaarde het beroep van de vreemdeling tegen dit besluit ongegrond op 25 maart 2021. De vreemdeling stelde hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
In hoger beroep klaagde de vreemdeling dat de rechtbank ten onrechte nieuwe stukken over het privéleven niet had meegewogen, hetgeen de Afdeling gegrond verklaarde. De Afdeling stelde vast dat de rechtbank deze stukken had moeten betrekken bij de beoordeling van artikel 8 EVRM Pro over het recht op privéleven. Andere grieven over identiteitsfraude en het gelijkheidsbeginsel werden verworpen omdat deze niet relevant waren voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling.
De Afdeling vernietigde het vonnis van de rechtbank en verwees de zaak terug voor herbeoordeling, waarbij de rechtbank ook nieuwe verklaringen over de nationaliteit en het evenredigheidsbeginsel moet meenemen. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden omdat de kosten reeds in een samenhangende zaak zijn toegekend.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, het vonnis van de rechtbank vernietigd en de zaak terugverwezen voor herbeoordeling.