ECLI:NL:RVS:2022:2356
Raad van State
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit niet in behandeling nemen verblijfsvergunning asiel
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid nam op 26 augustus 2021 het besluit om de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling te nemen. De vreemdeling, mede namens haar minderjarige kinderen, stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep op 9 november 2021 ongegrond verklaarde.
De vreemdeling ging in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en verzocht tevens om een voorlopige voorziening. De Afdeling overwoog dat de rechtsvraag over het indirecte reële risico op schending van artikel 3 EVRM Pro en artikel 4 EU Pro-Handvest bij overdracht aan Denemarken reeds was beantwoord in een eerdere uitspraak, waardoor het hoger beroep gegrond werd verklaard.
De uitspraak van de rechtbank werd vernietigd, evenals het besluit van de staatssecretaris. De staatssecretaris is verplicht een nieuw besluit te nemen en te zorgen voor terugkeer van de vreemdeling naar Nederland. Het verzoek om een voorlopige voorziening werd afgewezen. De Afdeling verwees ook naar een eerdere uitspraak over de proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het besluit om de aanvraag verblijfsvergunning asiel niet in behandeling te nemen wordt vernietigd en de staatssecretaris moet een nieuw besluit nemen.